Een historisch openluchtspel in 4 bedrijven op 4 verschillende locaties in de stad Zierikzee.

Een vrolijk openluchtspel naar de gelijknamige historische figuur Jan Rap, de bijnaam van Jan Machielse van der Made, hij leefde in de 2e helft van de 18e eeuw in Zierikzee.

Na een oplopende ruzie in 1779 doodde hij een Onderschout van Zierikzee, werd gevangen genomen en 10 jaar later op 17 mei 1789 ter dood werd gebracht op het schavot voor het Gravensteen.

Sint Jacobshofje-Vismarkt

Het is mei 1779 en we zijn aanbeland in een vrolijke kroeg aan de oude vismarkt in Zierikzee. Waar humor de boventoon voert, wat in die tijd, met alle oorlogen en armoede, een welkome afleiding was. Het is vooral humor met een rauw randje.
Jan Rap, eigenaar van een poonschuit en handelaar in zoute vis, vermaakt zich hier met zijn maat en een vrolijk gezelschap Zierikzeeënaren.

Aan de Oude Haven

Aan de Oude Haven, bij de plek waar vis en mossels aan de man worden gebracht, bemoeien Jan en zijn vrienden zich met het hardwerkende vissersvolk.
Het begint met wat grappen en plagerijen, maar eindigt met weddenschappen over het verjagen van Jan en zijn vrienden met rotte vis.

Noordhavenpoort

Jan Rap en zijn maat vluchten de herberg Het Groenewoud in. Hier ontstaat een ruzie tussen Arnold Bosscher, Cornelis van Opdorp en Jan Rap. Wat als een onschuldige dronkenmanspraat begint, eindigt in een hoop geschreeuw en geduw.
Flip Dito, de herbergier, had al enige malen tot rust gemaand maar slaagde daar niet in. Uiteindelijk vraagt hij Onderschout Adriaan Corbeel om assistentie en dat leidt tot een rampzalige gebeurtenis. Adriaan Corbeel werd door Jan in zijn bovenbeen gestoken. Een steek die Adriaan drie uur later noodlottig werd.
Rap vluchtte, maar werd later toch aangehouden.

Een jaar later – in het Stadhuismuseum

Jan Rap wordt door Burgemeester en Schepenen ter dood veroordeeld.
Hij moet aan de galg. Zijn lichaam komt op het galgenveld te hangen totdat het is verteerd. Het vonnis wordt echter niet uitgevoerd.
Jan diende succesvol een gratieverzoek in. In plaats van ophanging werd, op last van de Staten van Zeeland, de straf omgezet in brandmerken en werd hij voor de rest van zijn leven verbannen uit de gewesten Holland, Zeeland en West-Friesland.
In 1784 overtrad hij zijn ban en werd gearresteerd in Amsterdam waarna hij werd overgebracht naar het Gravensteen in Zierikzee. Op 22 mei 1784 werd hij opgehangen waarna zijn lichaam aan de buitengalg in de ‘Galgenpolder’ werd gehangen ‘ter aas der vogels’.