Het heden 1898.
Het is markt in Zierikzee ter ere van de Kroningsdag van koningin Wilhelmina. Het is een drukte van belang op het plein. Kooplieden verkopen hun waar en er zijn kermisattracties.

Plotseling duikt Jacob Olrée op, 13 jaar geleden gevlucht uit het weeshuis nadat zich een drama voltrok. Nu is hij terug in Zierikzee, om de waarheid boven tafel te krijgen.

 

Het verleden 1885.
We gaan 13 jaar terug in de tijd en de deuren van het weeshuis worden geopend.

In de regentenkamer wordt ontdekt wie de vader is van Jacob Olree. Juffrouw Elisabeth Westerweel is met een aantal meisjes in de naaikamer aan het werk. De meisjes hebben straf en moeten op hun vrije middag aan het werk. In de keuken staat Wijntje achter het fornuis. De weesjongens Gijsbrecht, Jacob en Theodorus schillen aardappelen en hebben samen heel wat te smoezen. In de huiskamer vertelt Adriana dat ze voor de tweede keer deze week naar huis is gestuurd en geen loon ontvangt. Binnenvader Laurens Diggeling is hier niet blij mee.

 

 

Het heden 1898 en verleden 1885.
Heden en verleden komen samen. Niemand schijnt te kunnen ontsnappen aan zijn lot. 1885: Wat heeft zich achter deze gevel afgespeeld, dat Jacob deed vluchten?
1898: Jacob vecht om de waarheid boven tafel te krijgen.

De ontknoping.
Jacob is opgepakt en wordt naar de rechtbank gebracht. Maar is hij wel schuldig? De publieke tribune zit volgepakt.Na een rumoerige zitting constateert de rechter dat niet Jacob Olree, maar Frederik van Kachelland de moordenaar van Christianus Cauwenaer is. Na al die jaren heeft het recht toch nog gezegevierd.